De context is inderdaad altijd belangrijk.
Een eerste ding dat mij opvalt in Hebreeën 1 is dat er een fundamentele tegenstelling is tussen Jezus en de engelen. Wat van Jezus wordt gezegd wordt van geen enkele engel ooit gezegd, en de schrijver benadrukt een aantal keer dat Jezus géén engel is. (e.g. vs. 5,7,8,13)
Tweede ding wat me opvalt is dat de schrijver eerst benadrukt dat God dóór Jezus de wereld geschapen heeft (vs. 2), en vervolgens in vs. 10 de zegt dat de verwijzing naar Jehovah in Psalm 102:26 een verwijzing naar de Zoon is.
"maar tegen de Zoon zegt Hij: (…) In het begin hebt U, Heere [Jehovah], de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen."
Ik zie daar een parallel in met Johannes 1, waar eerst wordt gezegd dat het Woord (Jezus) bij God was en [een?] God was, en vervolgens dat alles dóór het Woord gemaakt is en zonder Hem niets gemaakt is.
Als ik het op een rijtje zegt, dan kom ik dus tot het volgende:
Hebreeën 1 zegt dat Jezus géén engel is en alles door Hem geschapen is.
Johannes 1 zegt dat Jezus (een) God is en er zonder Hem geen ding is geschapen wat geschapen is.
Als Jezus "een" god zou zijn, zijn er twee goden, maar dat is tegenstrijdig met Deut. 6:4 en nog een boel andere teksten
Als Jezus geschapen zou zijn, is dat tegenstrijdig met Johannes 1:3
Hebreeën 1:10 zegt dat Psalm 102:26, wat over Jehovah gaat, betrekking heeft op de Zoon.
Op grond hiervan denk ik dat alle Bijbelse gegevens over de identiteit van Jezus maar één kant op wijzen.
En wat betreft Hebreeën 1:10 en Psalm 102:25-26 denk ik niet dat die tegenstrijdig maar juist in harmonie is met de rest van de Bijbel. De Bijbel zegt namelijk heel consequent en op meerdere plaatsen dat de hemel en aarde zoals we die kennen zullen verdwijnen:
Jes. 51:6 - "Sla uw ogen op naar de hemel en aanschouw de aarde beneden, want de hemel zal verdwijnen als rook, de aarde zal verslijten als een kleed, evenzo zullen haar bewoners sterven. Maar Mijn heil zal voor eeuwig bestaan, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden."
Psalm 102:26-27 - "U hebt voorheen de aarde gegrondvest, de hemel is het werk van Uw handen. 27 Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden; zij alle zullen verslijten als een kleed. U zult ze verwisselen als een gewaad en zij zullen verdwijnen."
2 Petr. 3:10-13"2 - "Maar de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden. Als deze dingen dus allemaal vergaan, hoedanig behoort u dan te zijn in heilige levenswandel en in godsvrucht; u, die de komst van de dag van God verwacht en daarnaar verlangt, de dag waarop de hemelen, door vuur aangestoken, zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten.
Het oude is weliswaar tijdelijk, en verdwijnt, maar er komt ook iets nieuws voor in de plaats, en dat zal wél voor altijd blijven bestaan:
2 Petrus 3:13 - "Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont."
Jesaja 65:17 - "Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden, ze zullen niet meer opkomen in het hart."
Jesaja 66:22 - "Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE , zo zullen ook uw nageslacht en uw naam blijven staan."
Openbaring 21:1 - "En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer."
Alles wordt nieuw, het is een prachtig vooruitzicht.
* * *
Hebreeën 1:1-14 (HSV)
1 Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon,
2 Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.
3 Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.
4 Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen.
5 Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?
6 En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden.
7 En van de engelen zegt Hij weliswaar: Die Zijn engelen maakt tot geesten en Zijn dienaren tot een vuurvlam,
8 maar tegen de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht.
9 U hebt gerechtigheid lief en haat ongerechtigheid. Daarom heeft Uw God U gezalfd, o God, met vreugdeolie, boven Uw metgezellen.
10 En: In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen.
11 Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad,
12 en als een mantel zult U ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden.
13 En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten?
14 Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven?
Johannes 1:1-3 (HSV)
1 het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
2 Dit was in het begin bij God.
3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is.
Previous Message
Wat is jouw mening over het feit dat de schrijver van de Hebreeënbrief in 1:10 denkt dat de Jehovah van Psalm 102:26 de Zoon is?
Ik heb eerst even alles gelezen om de juiste context te krijgen.
(Hebreeën 1:7-12) 7 Ook zegt hij met betrekking tot de engelen: „En hij maakt zijn engelen geesten en zijn openbare dienaren een vuurvlam.” 8 Maar met betrekking tot de Zoon: „God is uw troon in alle eeuwigheid, en [de] scepter van uw koninkrijk is de scepter van recht. 9 Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat. Daarom heeft God, uw God, u gezalfd met [de] olie van uitbundige vreugde, meer dan uw deelgenoten.” 10 En: „Gij, o Heer, hebt in [het] begin de grondvesten gelegd van de aarde, en de hemelen zijn [de] werken van uw handen. 11 Díé zullen vergaan, maar gíȷ́ zult voortdurend blijven; en net als een bovenkleed zullen ze alle verouderen, 12 en gij zult ze samenrollen net als een mantel, als een bovenkleed; en ze zullen veranderd worden, maar gij zijt dezelfde, en uw jaren zullen nimmer een einde nemen.”
Dit gaat over Jehovah, Jezus en de engelen.
En zoals ik het lees ondersteund het mijn idee over Jehovah en Jezus.
(Psalm 102:25-28) 25 Lang geleden hebt gij de grondvesten gelegd van de aarde, En de hemelen zijn het werk van uw handen. 26 Díé zullen vergaan, maar gíȷ́ zult standhouden; En net als een kleed zullen ze alle verslijten. Net als kleding zult gij ze verwisselen, en ze zullen op hun beurt eindigen. 27 Maar gij zijt dezelfde, en úw jaren zullen niet voltooid worden. 28 De zonen van uw knechten zullen gedurig verblijf houden; En voor uw aangezicht zal hun eigen nageslacht stevig bevestigd worden.”
In die tekst valt mij op dat de aarde zal vergaan, ondanks dat de bijbel vertelt dat de aarde voor onbepaalde tijd zal bestaan en mensen er voor eeuwig op zullen leven.
Das ook weer een tegenstrijdigheid waar je voor eeuwig over kunt debatteren, maar je komt er gewoon niet uit omdat we kennis tekort hebben.
24