De uitdrukking “het Israël van God” komt één keer voor (Galaten 6:16) en wordt daar niet gedefinieerd als vervanging van etnisch Israël, laat staan als ontkenning van land of volk.
Contextueel
Paulus spreekt in Galaten over Joden die in Christus zijn, niet over een nieuw “geestelijk volk” dat Israël vervangt.
→ Het gaat om gelovige Joden binnen Israël, niet om “de kerk = Israël”.
Paulus is consequent
In Romeinen 9–11 maakt Paulus expliciet onderscheid tussen:
etnisch Israël
gelovigen uit de volken
én hij zegt nadrukkelijk: “God heeft zijn volk niet verstoten.”
Dat sluit vervangingstheologie uit.
Taalgebruik
“Israël” betekent bij Paulus altijd Israël, tenzij hij dat uitdrukkelijk anders zegt.
Hij noemt gelovigen uit de volken nooit “Israël”.
Antisemitische draai
De claim dat “Israël van God” betekent “niet het Joodse volk / niet het land”
is historisch gegroeid binnen kerkelijke vervangingstheologie, en niet uit de tekst zelf.
Previous Message
Genocide in Gaza
. . .
Lijstje word steeds langer
25