:Wat mij betreft, dit stuk is naar mijn mening eerlijk, bijbels en objectief.
Kan mij er goed in vinden Elle. Zeker wat het stukje over tolerantie betreft. Tolerant for the intolerant. Hele gemeenschappen gaan hier op stuk.
Previous Message
Aan JG en ook ex-JG die nog geloven.
DE PLICHT VAN ONDERSCHEIDINGSVERMOGEN
Onderscheidingsvermogen is geen optionele eigenschap die is voorbehouden aan ouderlingen, evangelisten, leraren of bijzonder begaafde christenen. De Schrift presenteert onderscheidingsvermogen als een fundamentele verantwoordelijkheid die rust op allen die ernaar streven trouw met God te wandelen. Van de waarschuwingen van Jezus tot de herhaalde aansporingen van de apostelen, gaat de Bijbel ervan uit dat gelovigen in staat zijn om waarheid van dwaling te onderscheiden en daarvoor verantwoording moeten afleggen. Het niet uitoefenen van onderscheidingsvermogen wordt daarom niet voorgesteld als onschuld, maar als onvolwassenheid en geestelijke nalatigheid.
Jezus waarschuwde Zijn discipelen herhaaldelijk voor misleiding en maakte duidelijk dat valse leer niet altijd openlijk vijandig zou staan tegenover de waarheid. In plaats daarvan zou het vaak vermomd zijn in religieuze taal, overtuigende redeneringen en schijnbare oprechtheid (Mattheüs 24: 4- 5). De apostel Paulus herhaalde deze zorg en waarschuwde dat er zowel buiten als binnen de gemeente valse leraars zouden opstaan die discipelen achter zich aan zouden trekken door middel van verdraaide leer (Handelingen 20: 29- 30). Deze waarschuwingen veronderstellen onderscheidingsvermogen. God waarschuwt Zijn volk niet voor gevaren die zij niet kunnen herkennen, noch verwachten te herkennen.
Bijbels gezien is onderscheidingsvermogen het aangeleerde vermogen om onderscheid te maken tussen goed en kwaad, waarheid, dwaling en wat overeenkomt met Gods wil versus wat slechts rechtvaardig lijkt. De schrijver van de brief aan de Hebreeën legt uit dat onderscheidingsvermogen toebehoort aan hen die, “door oefening”, hun zintuigen hebben geoefend om zowel goed als kwaad te onderscheiden (Hebreeën 5: 14). Onderscheidingsvermogen wordt daarom aangeleerd en ontwikkeld door voortdurende blootstelling aan de Schrift en herhaalde toepassing van de waarheid. Het is geen intuïtie, emotie of instinct, maar een moreel en intellectueel vermogen gevormd door Gods geopenbaarde woord.
Dit inzicht legt een veelvoorkomende misvatting bloot. Onderscheidingsvermogen wordt vaak verward met veroordelen, waardoor velen Jezus' woorden “Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt” (Mattheüs 7: 1) verkeerd interpreteren als een verbod op elke vorm van oordeel. Jezus zelf gebiedt echter een rechtvaardig oordeel (Johannes 7: 24). Zijn waarschuwing in Mattheüs 7 richt zich op hypocriet oordeel dat wordt geveld zonder zelfonderzoek, niet zonder zorgvuldige evaluatie van leerstellingen of gedrag. De Schrift gebiedt gelovigen herhaaldelijk om leerstellingen te toetsen, geestelijke beweringen te onderzoeken en dwalingen te verwerpen (1 Johannes 4: 1; 1 Thessalonicenzen 5: 21). Onderscheidingsvermogen is verre van liefdeloos, maar juist een daad van gehoorzaamheid en trouw aan God en aan de gemeente.
De noodzaak van onderscheidingsvermogen wordt vooral duidelijk in een tijdperk van religieus pluralisme en leerstellige verwarring. De moderne cultuur moedigt tolerantie aan voor tegenstrijdige overtuigingen en behandelt de waarheid vaak als subjectief of onderhandelbaar. De Schrift doet dat niet. De waarheid is door God geopenbaard, kenbaar en bindend (Johannes 17: 17). Wanneer leerstellige verschillen worden geminimaliseerd en dwaling wordt getolereerd in naam van eenheid, raken gelovigen geestelijk instabiel en worden ze heen en weer geslingerd door elke wind van leer (Efeziërs 4: 14). Onderscheidingsvermogen beschermt tegen dergelijke instabiliteit door het geloof te verankeren in de waarheid in plaats van in emotie, persoonlijkheid of culturele druk.
De Bijbel waarschuwt ook dat tekenen, wonderen en oprechtheid de leer niet bevestigen. Mozes waarschuwde Israël dat zelfs als er een teken zou plaatsvinden, onderwijs dat van God afleidt, verworpen moest worden (Deuteronomium 13: 1- 3). Jezus waarschuwde dat valse profeten grote tekenen en wonderen zouden verrichten die velen zouden kunnen misleiden (Mattheüs 24: 24). Oprechtheid is evenmin een garantie voor waarheid. Paulus schreef over hen die weliswaar ijver voor God hadden, maar niet op basis van kennis (Romeinen 10: 2). De waarheid, en niet ervaring, gevoel of intentie, is de ultieme toetssteen.
De Schrift legt de verantwoordelijkheid voor onderscheidingsvermogen consequent bij Gods volk. Gelovigen zijn verantwoordelijk voor wat ze geloven, volgen en tolereren. Ouderlingen dragen een bijzondere verantwoordelijkheid om de kudde te bewaken, maar onderscheidingsvermogen kan niet volledig aan de leiding worden overgelaten. De Bereërs worden geprezen omdat ze dagelijks de Schriften onderzochten om te toetsen wat hun werd geleerd, zelfs toen de leraren apostelen waren (Handelingen 17: 11). Hun voorbeeld bevestigt de Schrift als de uiteindelijke autoriteit voor het beoordelen van alle leer, ongeacht de reputatie of autoriteit van de boodschapper.
Onderscheidingsvermogen heeft ook praktische implicaties voor persoonlijk gedrag en het leven in de gemeente. Het begint met eerlijk zelfonderzoek, waarbij men zich waakt voor hypocrisie en zelfgenoegzaamheid (2 Korintiërs 13: 5). Het vereist waakzaamheid ten aanzien van invloeden die het denken en gedrag vormgeven, en de erkenning dat corrupte invloeden onvermijdelijk het oordeel beïnvloeden (1 Korintiërs 15: 33). Het vereist nederigheid om correctie te ontvangen en wijsheid om de waarheid getrouw toe te passen in dagelijkse beslissingen (Efeziërs 5: 15- 17).
Binnen de gemeente is onderscheidingsvermogen essentieel voor het beschermen van de kudde, het wijs aanpakken van dwalingen en het bewaren van eenheid geworteld in de waarheid. De Schrift machtigt het identificeren van valse leer en, indien nodig, het noemen van valse leraars, terwijl ze tegelijkertijd duidelijke grenzen stelt om triviale geschillen en ondoordachte beschuldigingen te voorkomen. Eenheid die ten koste van de waarheid wordt bewaard, is oppervlakkig en fragiel. Ware eenheid wordt geheiligd door de waarheid en versterkt door onderscheidingsvermogen (Johannes 17: 17; Efeziërs 4: 13- 15).
Uiteindelijk verheerlijkt onderscheidingsvermogen God. De gemeente wordt beschreven als de pilaar en het fundament van de waarheid, belast met het handhaven en tonen van Gods woord aan de wereld (1 Timoteüs 3: 15). Wanneer gelovigen trouw onderscheidingsvermogen gebruiken, tonen ze gehoorzaamheid, moed en liefde voor de waarheid. Ze beschermen het evangelie, bewaken zielen en versterken het getuigenis van de gemeente in een verwarde en misleidende wereld.
Onderscheidingsvermogen is daarom geen bedreiging voor liefde, eenheid of nederigheid. Het is juist hun noodzakelijke fundament. Zonder onderscheidingsvermogen dwalen gelovigen af naar dwaling en instabiliteit. Met onderscheidingsvermogen zijn ze toegerust om standvastig te blijven, wijs te wandelen en trouw te blijven aan de God die duidelijk en voldoende door Zijn woord heeft gesproken.
(Overgenomen van een zekere David Cambridge)
Wat mij betreft, dit stuk is naar mijn mening eerlijk, bijbels en objectief.
Groet,
Elle
42