Ik geloof net als jou dat Jezus plaats nam naast God op Gods troon toen hij naar de hemel ging zoals in Ps. 110 en Dan. 7:13-14 was voorzegd. En in Heb. 1:1-5 wordt o.a. gezegd in welke volgorde dat gebeurde.
Ik schreef min of meer: Maar hij moest (niet "hij moet nog") tijdens zijn leven op aarde (de 1e komst dus) eerst tot in de dood God gehoorzamen, getrouw blijven en overwinnen om dat te ontvangen. En hij overwon toen hij zei: Het is volbracht! Hij werd te ruste gelegd en werd op de derde dag opgewekt door zijn hemelse Vader. Toen Jezus zei (niet ik) wat hij zei in Op. 3:21, toen had hij al overwonnen en zat hij al enige decenia naast God op Gods troon. Dat zegt de tekst ook. Ik zeg dus NIET dat Jezus, toen hij dit zei, dat hij nog moest overwinnen
.
Mij gaat het om wat jij zei in je vorige posting https://members.boardhost.com/getuigen/msg/1764761127.html :
o.a. "Openbaring 21;7 daar zegt Jezus: "IK ZAL hun God zijn".
Uit het verband blijkt dat niet Jezus hier aan het woord is, maar God de Vader, de Here God de Almachtige die tevens in Op. 1:8 de alfa en de omego wordt genoemd en ook nog "hij die is (ho On), en de was Ho En) en die komt (ho erchomenos)". We zijn dacht ik toch wel op de hoogte van het feit dat Jezus bepaalde titels kreeg (niet alle titels) die de Vader tevens draagt? Zo niet, dan kan er verwarring ontstaan bij degenen die dat niet weten, en dat bij velen ook te merken is.
Jezus zegt in Op. 1:17-18 dat hij "de eerste en de laatste en de levende is, die dood geweest is, maar nu leeft tot in alle eeuwigheden", net zoals dat in Heb. 7:15-16 ook wordt beschreven, nl. "dat hij het evenbeeld is van Melchizedek en dat hij nu leeft en priester is krachtens een onvernietigbaar leven". De Vader is nooit dood geweest en weer levend gemaakt/geworden, iets wat bij Jezus dus wel gebeurd is. Er is dus een verschil van personen en situaties. De Eén is nooit dood geweest, en de ander is wel dood geweest, maar weer tot leven opgewekt uit de doden.
De door jou aangehaalde tekst van Op. 21:7 is een aanhaling uit en een soort vervulling van 2 Sam. 7:14 en Ps. 89:27-28 en dat wordt van toepassing gebracht op zowel Jezus zelf als ook op de broeders van Jezus als "eerstgeborenen" (Rom. 8:29 en Heb. 12:22-24).
Jezus is dus m.i. niet de God van zijn broeders zoals de Here God de Almachtige de God is van Jezus' broeders. De Here God de Almachtige is de God en Vader van Jezus EN de God en Vader van Jezus' broeders.
Gezien wat Johannes zegt in Joh. 20:30-31, n.l. :
"30Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, 31maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam".
en dat vergeleken met Joh. 20:28-29 waar staat:
"28Tomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Here en mijn God! 29Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven".
geloof ik daarom niet dat Thomas bedoelde en dat Jezus dus niet onderschreef dat Jezus Heer en God is zoals de Vader dat is, maar dat Jezus de Zoon van God is in de zin van de koning van Israel, omdat koningen van Israel zowel zonen van God als ook Heren en Goden werden genoemd.
Maar ieder z'n gedachten hierover natuurlijk, met de raad om alles te toetsen en het goede te behouden.....
.
Het andere wat je aanhaalt is voor een andere keer als je dat goed vindt, want dat heeft veel "haken en ogen" als men dat oppervlakkig leest en vult met eisegese i.p.v. exegese
.
Mvg,
Elle
Previous Message
Hoi Elle,
Je leest meestal scherp, maar hier gaat het echt mis in de tijdsaanduiding van Jezus’ woorden.
Je zegt dat Jezus “moest overwinnen om op de troon van zijn Vader te mogen zitten”.
Maar dat staat niet in de tekst; dat wordt erin gelezen (eisegese).
1. De werkwoordstijd is beslissend
In Openbaring 3:21 zegt Jezus:
“…gelijk ook Ík heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.”
Dat is voltooid: Hij zit al op die troon wanneer Hij dit zegt.
Hij zegt niet: “als Ik eenmaal overwonnen heb zal Ik gaan zitten”.
Nee: Hij heeft overwonnen en Hij zit.
Dat maakt jouw conclusie — dat eerst het overwinningsmoment moest komen vóór Zijn troonzetting — onmogelijk.
De tekst zelf laat geen ruimte voor die chronologie.
2. Jezus claimt pre-existentie en vroegere glorie
Jezus bidt in Joh. 17:5 (Aramees Peshitta prachtig helder):
“Geef Mij de glorie terug die Ik bij U had, voordat de wereld was.”
Hij vraagt dus niet om nieuwe glorie, maar om Zijn eigen, eerdere glorie.
Dat betekent:
Hij bestond al vóór de wereld
Hij had dezelfde hemelse heerlijkheid bij de Vader
Zijn troonrechten zijn niet afhankelijk van een menselijke overwinning, maar horen bij Zijn wezen
3. Openbaring 21:7 ondersteunt juist Zijn goddelijkheid
Je haalt Op. 21:7 aan.
Maar dat is juist de tekst waar Jezus zegt:
“Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn.”
Dat is niet de Vader die spreekt — kijk naar het sprekerscontinuüm vanaf vers 6.
Het is de Heer Jezus Zelf die spreekt als God.
Dat maakt jouw punt dat “Hij eerst moest overwinnen om God te worden voor ons” onmogelijk:
Hij is God, en spreekt als God.
4. “Broeders” én “zonen” is geen probleem
Rom. 8 laat zien dat wij:
broeders van Christus zijn (8:29)
zonen van God zijn (8:14, 8:19)
erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus (8:17)
Dat betekent niet dat wij “zonen van Jezus” worden.
Openbaring 21:7 zegt niet dat wij “zonen van Jezus” worden zoals mensen dat lezen.
Het is een verbondsformule:
“Ik zal hem een God zijn, hij zal Mij een zoon zijn.”
Zoals in heel Tenach:
God → “Ik zal hun God zijn.”
Zij → “Zij zullen Mijn volk zijn.”
Dat bevestigt alleen maar de goddelijkheid van de Spreker.
Previous Message
Hoi Distazo,
Grappig, dus Jezus is God en degenen die overwinnen zijn zonen van Jezus? Eerst zijn ze broeders, en dan ineens zonen? Zie de schriftplaatsen hieronder:
Rom. 8:28-29 zegt: 28 Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. 29 Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen;
Op. 21:7 zegt: 7 Wie overwint, zal deze dingen beërven, en Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn.
Dit terwijl Jezus zelf eerst moest overwinnen om op de troon bij zijn Vader te mogen/kunnen zitten volgens Op. 3:21 .....
Op. 3:21 zegt: 21Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.
Mvg,
Elle
Ja, er zijn heel veel mooie teksten.
Maar ook de enige teksten die JG gemiddeld uit hun hoofd weten. Als kind gebruikte ik die ook aan de deur.
Dus, daarom zeer aandoenlijk.
Psalmen 37:29 en Daniel 2:44 en Openbaring 21:3,4
Grappig, Openbaring 21;7 daar zegt Jezus: "IK ZAL hun God zijn".
Maar goed, Bijbellezen is zeldzaam. Meestal wordt 'trick or treat' gebruikt, en krijgt de toehoorder een grabbelton kaartje cadeau.
30
Message Thread
Kringopziener in Alphen - distazo 3/12/2025, 10:07:05
![]()
« Back to index