![]()
on 1/4/2026, 10:11:05, in reply to "Re: Waarom valt Pasen altijd op een andere datum?"
Het is moeilijke materie. 'Op de derde dag' na drie dagen, delen van dagen of hele dagen.
Maar hoe dan ook, ik ervaar deze week altijd als een bijzondere week.
Previous Message
Hoi Distazo,
Dat van die twee sabbatten in die ene week (een jaarlijkse en de reguliere van elke week) daar heb ik vaker van gelezen. Ik heb ook een bijbelvertaling die daarover wat zegt in Markus 16:1-2 "The Testimony of Yeshua", Gabriel Version, Lonnie Martin (6 januari 2023). Dit is een vertaling uit het Aramees, dus net als die van jou.
Beschrijving door Lonnie Martin: When I read the book: Was the New Testament Really Written in Greek? I learned that the "New Testament" was really translated from the Aramaic Peshitta into Greek. But the only modern English version available was the Lamsa—very copyright restricted. So I decided to update the 1851 Murdock into modern English. It took thousands of hours to update the texts and note the significant differences between the Aramaic and the Greek versions. I thought that I would find many new insights that were lost in the translation from Aramaic to Greek, but more errors actually occur going from Greek to English! The online version (at everlastingkingdom.info) has 2,457 live links to the Greek lexicons for instant verifications, and no copyright. I am now certain that the objectivity of the translators has a far greater influence on a translation than whether or not it is based on the Aramaic or the Greek! There is a sudden interest in the Aramaic text now with several new copyrighted versions available.
Nederlandse vertaling beschrijving: Toen ik het boek las: 'Werd het Nieuwe Testament werkelijk in het Grieks geschreven?', ontdekte ik dat het 'Nieuwe Testament' in werkelijkheid een vertaling was van de Aramese Peshitta naar het Grieks. De enige moderne Engelse versie die beschikbaar was, was echter de Lamsa – een zeer auteursrechtelijk beschermde versie. Daarom besloot ik de Murdock-vertaling uit 1851 te actualiseren naar modern Engels. Het kostte me duizenden uren om de teksten te actualiseren en de significante verschillen tussen de Aramese en de Griekse versies te noteren. Ik dacht dat ik veel nieuwe inzichten zou vinden die verloren waren gegaan bij de vertaling van Aramees naar Grieks, maar er blijken juist meer fouten voor te komen bij de vertaling van Grieks naar Engels! De online versie (op everlastingkingdom.info) bevat 2457 directe links naar de Griekse lexiconen voor onmiddellijke verificatie en is auteursrechtvrij. Ik ben er nu van overtuigd dat de objectiviteit van de vertalers een veel grotere invloed heeft op een vertaling dan de vraag of deze gebaseerd is op het Aramees of het Grieks! Er is nu een plotselinge hernieuwde interesse in de Aramese tekst, nu er verschillende nieuwe, auteursrechtelijk beschermde versies beschikbaar zijn.
https://www.amazon.nl/dp/B0BRM2MYPN?psc=1&smid=A17D2BRD4YMT0X&ref_=chk_typ_imgToDp
Net als met Jezus die Yeshua wordt genoemd (met een Y), zo wordt ook Jehovah met een Y geschreven, Yehovah, in de glossary.
Weet je ook dat er een andere Nederlandse vertaling van het NT uit het Aramees bestaat? Dat is de EBV (Een eigentijdse Bijbelvertaling) met het OT uit het Hebreeuws. Het wordt geloof ik ook wel de Evangelische Bijbel Vertaling genoemd. In het NT wordt daar uit het Aramees ook Op. 20:5a weggelaten (de overigen der doden enz). Op. 20:5b (Dit is de eerste opstanding) staat er alleen in vers 5).
In de nieuwste uitgave van het Griekse NT (sixth revised edition, uitgegeven in 2025 van het Duitse bijbelgenootschap en de united bible societies, ook wel de UBS 6 genoemd) is het ook weggelaten en is vers 5a een 'gloss', een kanttekening genoemd die niet in het origineel voorkomt. De Getuigen (en misschien ook wel anderen) hebben deze tekst nodig om een tweede kans te kunnen ondersteunen voor degenen die opstaan uit de dood. In ieder geval is deze 'gloss' dus, als men eerlijk wil zijn, niet meer te gebruiken, net als 1 Joh. 5:7......
================================
De JG hebben Avondmaal op de avond van 2 april,
maar de Christadelphians (de broeders in Christus) op 1 april in de avond.
"Gemeenten van Christus" doen het elke zondag naar aanleiding van Hand. 20:7 (de 1e dag van de week).
==============================
Justinius Martyr hield het iedere zondag.
Polycarpus, bisschop in Klein-Azië hield het op de 14e Nisan.
De bisschop van Rome hield het op de zondag ná 14 Nisan.
=============================
Ireneüs maakte in zijn jeugd kennis met de priester of bisschop Polycarpus. Volgens Ireneüs gaf hij onderricht in de zuivere leer, zoals die was overgeleverd door de apostelen. Vlak voor zijn dood bracht Polycarpus een bezoek aan Rome, waar hij pleitte voor de handhaving van de joodse Paasdatum, de veertiende dag van de maand nisan (zevende maand van het Joodse jaar). Er werd overleg over gevoerd in Rome, maar de standpunten wederzijds waren onwrikbaar. Volgens Eusebius was dat geen groot probleem, want "ze bleven met elkaar verbonden en in de kerk gaf Anicetus (voorstander van een andere paasdatum) bij de eucharistieviering de voorrang aan Polycarpus, blijkbaar uit eerbied. En ze verlieten elkaar in vrede, en de hele kerk was in vrede, welke regel men ook volgde".
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Polycarpus_van_Smyrna
Quartodecimanen (veertieders) https://nl.wikipedia.org/wiki/Quartodecimanen
=========================
Quartodecimanen https://www.stilus.nl/oudheid/wdo/CHRISTEN/GEWOON/QUARTODE.html
Quartodecimanen (quartodecimani), aanduiding van christenen - in het bijzonder in Klein-Azië en Syrië in de eerste eeuwen - die Pasen, in aansluiting aan het joodse passah en waarschijnlijk overeenkomstig het gebruik in de oudste gemeente te Jeruzalem, op de quarta decima vierden (de veertiende van de joodse maand Nisan), terwijl het in Rome en elders gebruik was het te vieren op de daarop volgende zondag. De tegenstelling groeide uit tot een conflict over de Paasdatum. Bij de quartodecimaanse traditie lag het accent op de verlossingsdood, bij de andere meer op de verrijzenis van de Heer. Vanuit Rome streefde men naar een gemeenschappelijke regeling, waarbij de groeiende distantiëring van het jodendom mede een rol speelde. Op het concilie van Nicea werden de q. als judaïsten veroordeeld. Toch bleef het gebruik in tal van kerken in het Oosten nog ongeveer een eeuw lang bestaan.
Lit. C. W. Dugmore, A Note om the Quartodecimans (Studia Patristica 4, Berlin 1961) 411-421. W. Cadman, The Christian Pascha and the Day of the Crucifixion - Nisan 14 er 15 (TU 80, Berlin 1962). [Bartelink]
==========================
Er was ooit ook een gewoonte dat dopelingen het na hun doop vierden.
=========================
Ooit hebben we het al eens gehad over het feit of de gedachte dat
de apostel Johannes op een zondag in trance raakte (Op. 1:10) en de Openbaring op
die zondag ontving, op de 'kuriake hemera', de aan de kurios toebehorende dag.
Maar de keizer had ook zo'n benaming voor een dag of de zondag.
Persoonlijk maakt het mij niet zoveel uit wanneer er het Avondmaal wordt gevierd.
als het maar goed wordt gevierd en met een open hart en geest,
en dat men zich bewust is van waar men mee bezig is en wat het aan inhoud heeft
voor de deelhebbers.
Mvg,
Elle
Previous Message
De datum van het laatste avondmaal ook. Elle, maar bedankt.
Ik geloof dat Jezus 3 nachten en 3 dagen, dus 3x24 uur in het graf was. Er waren die week 2 sabbatten, één hoogsabbat, en een normale sabbat. De hoogsabbat was woensdag. Tel maar uit, donderdag 3 uur, vrijdag 3 uur, zaterdag 3 uur (15:00) opgestaan.
Het moment van opstaan, wordt altijd aangenomen zondag nacht/ochtend, maar dat hoeft niet.
Mvg
Previous Message
Waarom valt Pasen altijd op een andere datum?
De datum van Pasen, een ingewikkelde zaak.
BRON:
https://historiek.net/de-datum-van-pasen-een-ingewikkelde-zaak/163403/
Pasen valt nooit op een vaste datum. Soms wordt het feest al eind maart gevierd, andere jaren pas ver in april. Door eeuwenoude kerkelijke regels kan het feest ergens tussen 22 maart en 25 april plaatsvinden. Hoe wordt die datum bepaald?
Het berekenen van de Paasdatum en de daaraan gekoppelde data van andere kerkelijke feestdagen (Aswoensdag, Palmzondag, Hemelvaart, Pinksteren…) is een ingewikkelde zaak, waarin de zon en vooral de maan een rol in spelen.
Eenvoudig gezegd valt Pasen op de zondag na de eerste volle maan van de lente. Die eerste volle maan viel in 2024 op maandag 25 maart. 31 maart was de zondag daarop. Een meer nauwkeurige bepaling, zoals die door de christelijke kerken is vastgelegd, is:
Pasen is de zondag die volgt op de dag waarop de maan de ouderdom van 14 dagen bereikt, als die dag valt op 21 maart of onmiddellijk daarna.
Met “ouderdom” van de maan bedoelt men het aantal dagen na nieuwe maan, het moment waarop de maan in de richting van de zon staat en daardoor onzichtbaar is. De ouderdom van 14 dagen is dus 14 dagen na nieuwe maan, hetgeen vrijwel overeenkomt met volle maan.
21 maart wordt geacht de dag te zijn waarop de lente begint. Het ware astronomische begin van de lente is de lente-equinox, de dag waarop dag en nacht even lang duren. Die valt niet noodzakelijk op 21 maart, maar soms één of twee dagen eerder. De “eerste volle maan” van de lente kan al meteen op 21 maart vallen, maar Pasen zelf valt altijd daarna, dus ten vroegste op 22 maart.
Waar komt die vreemde bepaling vandaan? Pasen is de dag waarop volgens de evangeliën Jezus is verrezen. Dat was een zondag. Hij was de vrijdag daarvoor gekruisigd.
Volgens de evangeliën was de bijeenkomst die Jezus vlak voor zijn dood hield, wat we kennen als het Laatste Avondmaal, de maaltijd die de joden houden aan de vooravond van Pesach (het “joodse paasfeest”). Dit is de avond van de dag 14 nisan in de joodse kalender. De maanden van de joodse kalender volgen de maanstanden. 14 nisan is dan ook de dag waarop de maan de ouderdom van 14 dagen bereikt. De maand nisan is de eerste maand van het joodse jaar en valt altijd na het begin van de lente.
Onder de eerste christenen was er verdeeldheid wanneer deze voor hen uiterst belangrijkste gebeurtenis moest worden herdacht. Veel oosterse christenen deden dit aanvankelijk op Pesach, dus 14 nisan. De meesten, vooral in het westen van het Romeinse Rijk, vierden Pasen op de zondag daarna. Bovendien wilden veel christenen voor de datum niet afhankelijk zijn van de joodse kalender, te meer daar deze niet altijd zo nauwkeurig de maanposities volgde. Bovendien werd in het Romeinse Rijk de door Julius Caesar ingevoerde Juliaanse kalender, of lokale varianten daarvan, gebruikt. In die kalender speelt de maan geen rol.
Het (eerste) Concilie van Nicaea in 325 legde ten slotte de bovenvermelde regeling van de Paasdatum vast. Die is sindsdien door vrijwel alle christelijke kerken gevolgd, maar dat betekende nog niet dat iedereen op dezelfde datum Pasen ging vieren. Men was het nog eeuwen oneens over een methode om de datum concreet te berekenen.
"Ouderdom van de maan"
Om de “ouderdom van de maan” te bepalen gebruikten sommige christenen al sinds de derde eeuw systemen die eerder werden gebruikt in kalenders die de maan volgen. Deze zijn gebaseerd op maancycli, tijdspannen van meerdere “maanmaanden” (of lunaties, de periodes tussen twee nieuwe manen).
De bekendste is de cyclus van Meton, genoemd naar een Griekse astronoom uit de vijfde eeuw v. Chr., maar wellicht eerder al bekend in Babylonië. Meton had ontdekt dat negentien jaar overeenstemt met welgeteld 235 “maanmaanden”. Anders gezegd, na negentien jaar herhaalt het verloop van de maanfasen zich op dezelfde wijze in de kalender. Die cyclus is door onder meer de Grieken, de Babyloniërs en de Joden (die dat nog altijd doen) gebruikt voor hun kalenders, waarin de maan de maanden bepaalt.
Op basis van die cyclus probeerden de kerkelijke autoriteiten de datum van de “Paasmaan” (de volle maan voor Pasen) uit te rekenen. Die data herhalen zich dus na elke negentien jaar. Het volstond de zondag na elke datum te vinden om de Paasdatum vast te leggen. Nu is het zo dat de verdeling van de zondagen (en alle andere dagen van de week) over de kalender zich ook op een cyclische wijze opvolgt. Als het jaar begint met een zondag, zal het jaar daarop beginnen met een maandag (na een gewoon jaar), of een dinsdag (na een schrikkeljaar). Je kan gemakkelijk nagaan dat na 4 x 7 = 28 jaar de verdeling van de zondagen over het jaar zich in dezelfde volgorde herhaalt (tenminste in de Juliaanse kalender, waar er om de vier jaar een schrikkeljaar is).
Uiteindelijk kwam men tot de idee om deze twee cycli, de cyclus van Meton van negentien jaar en de zondagscyclus van achtentwintig jaar met elkaar te combineren. Aldus ontstond een cyclus van 532 jaar, waarna de paasdata zich identiek herhaalden. Een van de eersten die op deze wijze de paasdata uitrekende was Dionysius Exiguus, een geleerde monnik die in Rome werkte. Rond 515 publiceerde hij in opdracht van de paus op basis van die cyclus een tafel van paasdata voor bijna honderd komende jaren. Opmerkelijk was dat hij in die tabel de jaren nummerde “sinds de geboorte van Christus”, waardoor hij de uitvinder van onze huidige “christelijke” tijdrekening is geworden.
De methode van Dionysius – met de bijbehorende tijdrekening – kreeg in de eeuwen daarop meer en meer navolging, zodat op den duur Pasen vrijwel overal op dezelfde datum werd gevierd (al bleven er nog lange tijd afwijkende manieren bestaan). Het was een koud kunstje om met zo’n tabel de paasdata voor de komende eeuwen te bepalen. Ook al besefte men dat de cyclus van Meton niet helemaal nauwkeurig is. Men rekende immers met een gemiddelde, “kerkelijke” maan, terwijl de beweging van de echte maan allerlei schommelingen rond dat gemiddelde vertoont.
Correcties
Het is misschien vreemd dat de kerkelijke autoriteiten geen beroep deden op echte sterrenkunde om de maanstanden vast te leggen. Daar hadden ze wellicht geen belangstelling voor (de eerste christenen toonden zich eerder vijandig tegenover de wetenschap). Het gebruik van cycli was veel eenvoudiger, maar voor de geestelijken die er gebruik van moesten maken was het al behoorlijk ingewikkeld. In de Middeleeuwen gold de comput, het berekenen van de data van Pasen en andere feestdagen, tot de moeilijkste vakken in de opleiding van geestelijken.
In diezelfde Middeleeuwen was het al duidelijk dat de gebruikte methode afweek van de realiteit. Doordat het jaar in de Juliaanse kalender iets te lang duurt, viel het ware begin van de lente steeds vroeger dan 21 maart. Anderzijds loopt de cyclus van negentien jaar iets voor op de werkelijke ouderdom van de maan. In drie eeuwen liep dat verschil op tot bijna een dag. Dat merkte men niet meteen op, tenzij er een zons- of maansverduistering was, want die verschijnselen kunnen alleen plaatsvinden bij respectievelijk nieuwe of volle maan. Steeds meer geleerden gingen beseffen dat Pasen wel eens op een verkeerde datum kon worden gevierd.
Dat zou zo blijven tot paus Gregorius XIII in 1582 de naar hem genoemd kalenderhervorming invoerde. Die hield niet alleen in dat de nauwkeurigheid van de kalender tegenover de zon werd verbeterd, door een achterstand van tien dagen op de kalender in te halen en vervolgens drie schrikkeldagen per 400 jaar weg te doen vallen. Tegelijk werd ook de berekening van de “kerkelijke” maan verbeterd door om de 300 of 400 jaar één dag toe te voegen aan de ouderdom van deze fictieve maan.
Deze door Gregorius XIII goedgekeurde nieuwe berekening van de Paasdatum (het werk van een door de paus aangestelde commissie) kreeg kritiek, vooral van protestantse geleerden. Die vonden het absurd dat men gebruik bleef maken van maancycli, in plaats van zich te baseren op echte astronomische berekeningen van de maan. In de zestiende eeuw was de sterrenkunde er heel wat op vooruitgegaan (zeker sinds Copernicus) en er waren vrij nauwkeurige tafels gepubliceerd met maanfasen in de toekomst.
Nadat de meeste protestantse staten aanvankelijk de hele kalenderhervorming afgewezen had, pasten ze rond 1700 een compromis toe: de eigenlijke Gregoriaanse kalender werd aanvaard, maar de Paasdatum werd afgeleid uit astronomische tafels. Die zogenaamde “verbeterde” kalender werd in de achttiende eeuw gebruikt in de meeste Duitse protestantse staten, in de Scandinavische landen en ook even in de Republiek der Verenigde Nederlanden, maar op den duur schakelden ze alle over op de Gregoriaanse comput, ondanks zijn omstreden cycli. Het laatst gebeurde dat in Zweden, in 1844.
De meeste oosterse kerken blijven de oude paasberekening gebruiken, gebaseerd op de cyclus van 532 jaar volgens de Juliaanse kalender. Sommige orthodoxe kerken zijn in de twintigste eeuw overgestapt naar de Gregoriaanse kalender, zonder echter van comput te veranderen. Door het verschil van (nu al) dertien dagen tussen beide kalenders valt het oosterse Paasfeest meestal later dan het westerse: in 2024 is dat zelfs meer dan een maand nadien: op 5 mei. Slechts af en toe vallen beide data samen (dat was het laatste het geval in 2017).
Pasen valt altijd op een zondag, maar de dag daarop, Tweede Paasdag (of Paasmaandag) is ook een vrije dag, net als Hemelvaart (een donderdag) of Tweede Pinksterdag (ook een maandag), die op een vast aantal dagen na Pasen vallen. Zodoende wordt in onze westerse wereld het aantal verlofdagen vandaag de dag nog altijd bepaald door de positie van de maan.
27