![]()
on 23/3/2026, 23:28:50, in reply to "Re: Waarom vervangingstheologie zichzelf vernietigt"
Ik volg niet 7 bedelingen. Volgens mij was dat Russell zijn idee.
Er is een Joodse bedeling en een niet Joose, de CHristelijke waaronder natuurlijk ook Christelijke joden vallen.
De bedeling van de joden is met 69 jaarweken onderbroken, dat heet de tijden van de heidenen.
Daarna, als de tijd volheid van de heidenen is ingegaan, sluit dat tijdperk af, en is de laatste week aan de beurt.
Dus, 69 jaarweken, voltooien in 32/33 ad. <- tijden van de heidneen -> <= laatste week = verdrukking van jakob grote verdrukking =>
Dus, het tijdperk van genade of tijdperk van de heienen is hetzelfde en dat is definitief gestopt.
Israels zegen en doel is niet gestopt! Ook niet na de grote verdrukking.
Dus ik hoop dat zou duidelijk is dat ik niet strikt in 7 losse bedelingen geloof.
Previous Message
Hoi Distazo,
Bij de 7 of meer of minder bedelingen is het toch zo dat deze elkaar opvolgen?
Men gaat toch niet terug naar een vorige?
De vervangingsleer is inderdaad dat de christelijke gemeente in de plaatst zou zijn gekomen van Israel? Dus niet terug naar Israel!?
Ik ben geen fan van de vervangingsleer of opvolgingsleer.
Dit omdat in het NT wordt duidelijk gemaakt dat het in Jezus gelovende deel van Israel deel heeft gekregen aan de vervulling van de beloften aan Abraham enz. "de vaderen", en dat SAMEN met de gelovigen in Jezus uit de volken, niet apart, maar echt samen.
Vanaf Abel is God steeds doorgegaan met een overblijfsel van mensen die gehoorzaam waren, in wat voor aioon/tijdperk ook. Toen Israel werd gevormd, moest het een "licht voor de overige volken zijn". Daarin zijn ze gefaald en slecht een overblijfsel zal het beloofde ontvangen, zij die in het Abrahamitisch verbond zijn opgenomen.
De gekweekte olijfboom is niet een symbool voor Israel, maar een symbool van de redding waaraan alle ware gelovigen van alle tijden deelhebben, ook die uit de overige volken, de wilde olijfboom (Gal. 3:26-29; Efeze 2 helemaal, enz. Zij krijgen deel aan de beloften aan de ware Israelieten en de beloften en de profetie van Gen. 3:15.
Hoewel Abraham zelf geen Israeliet was, en door geloof de beloften ontving, is Jezus, de zoon/het zaad van Abraham, degene waardoor al de beloften aan "de vaderen" worden vervuld. En dat is bij Jezus' terukomst waarbij iedereen die een ware gelovige is, in wat voor aioon ook, hetzelfde ontvangt. Van de grondlegging der mensenwereld af staan er mensen op de rol of het boek des levens van het Lam.
Niet alleen worden en mogen in de tijd tussen de 1e komst en de 2e komst de gasten (de gelovige volken in Jezus) uitgenodigd, maar ook Israelieten die eerst al en later toch nog de uitnodiging alsnog aannemen en daarmee Jezus aannemen, geënt en/of terug geënt op de gekweekte olijfboom.
Paulus haalt dat ook aan in de Romeinenbrief (eerst de Jood en dan de Griek/de mensen uit de overige volken) en in Rom. 15:5-13 komt dat ook naar voren, waar naar 2 Sam. 22:50; Ps. 18:50; Deut. 32:43; Ps. 117:1; Jes. 11:10; Op. 5:10; 22:16; net als in Rom. 11 uit Jes. 59:20; Jer. 31:31-33; Heb. 8:10-12; 10:16-17 wordt verwezen.
Daar gaat het over het volk Israel en de overige volken, waarvan delen daarvan de uit Sion gekomen wortel en het geslacht van David (Jezus) aannemen door bekering (Jes. 59:20), en niet omdat ze natuurlijke afstemmelingen van Abraham zijn en daarom recht hebben op de vervulling van de beloften.
Als er bij de wederkomst waarbij het oordeel plaats vindt nog opnieuw een kans is op redding voor degenen die vóór de wederkomst en het daarbij behorend oordeel weigerden Jezus te aanvaarden, dan zou dat voor iedereen moeten gelden en is er dus een alverzoening mogelijk voor niet alleen Israel, maar voor iedereen die toch maar voor alle zekerheid voor Jezus kiest omdat hij niet gelooft, maar omdat hij voor het voldongen feit staat dat het toch waar was wat altijd werd gepredikt, en dus eieren voor z'n geld kiest vanwege het aanschouwen van wat steeds werd gepredikt.
Dan is de prediking tussen de 1e en 2e komst een lachertje en onzin geweest en ook niet nodig geweest en dan staan God en Jezus en de prediking in hun hemd.
Mijn gedachten.
Mvg.
Elle
Previous Message
Dat moet je me dan maar eens uitleggen
Nooit eerder gehoord.
Gods bestemming voor Israel is nooit veranderd. De boom staat er, er worden wat takken geënt. In de dispensatie is Gods genade gelijk aan de uitnodiging voor de bruiloft, niet genoeg gasten, en er worden onbekenden van de straat geplukt. Maar er zijn wel degelijk gasten, maar niet genoeg. In die fase zitten we nog, de 'gasten' mogen aanschuiven.
Previous Message
Dag Distazo,
Is de dispensation-leer of bedelingen-leer die jij naar ik meen, aanhangt, niet ook een vorm van vervangingsleer?
Of is dat niet zo?
Mvg,
Elle
Previous Message
Stelling: vervangingstheologie spreekt zichzelf tegen in de uitleg van de tempel.
Volgens sommige vervangingstheologen bedoelde Jezus in Johannes 2:19 (“Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem oprichten”) dat Hij Zelf de tempel is. Dat klopt op zichzelf: Johannes 2:21 zegt expliciet dat Hij sprak over het lichaam van Christus.
Maar vervolgens wordt daar een stap extra gemaakt:
men concludeert dat de fysieke tempel (en daarmee ook een toekomstige tempel) geen rol meer speelt, en dat “tempel” voortaan alleen nog geestelijk moet worden opgevat (de gemeente als lichaam van Christus).
Hier ontstaat het probleem:
Paulus schrijft in 2 Thessalonicenzen 2:4 dat de “mens der wetteloosheid” (antichrist) zal gaan zitten “in de tempel van God”.
Als men consequent is en “tempel” altijd geestelijk opvat (de gemeente), dan volgt logisch dat:
de antichrist plaatsneemt in de gemeente / het lichaam van Christus,
dus in datzelfde lichaam waarvan Christus het Hoofd is.
Dat leidt tot ernstige theologische problemen:
Christologie-probleem
Het suggereert dat de antichrist zich in Christus’ eigen lichaam zetelt. Dat komt gevaarlijk dicht bij een vermenging van Christus en satanisch gezag.
Ecclesiologie-probleem
Jezus zegt dat de poorten van de hel Zijn gemeente niet zullen overweldigen (Mattheüs 16:18).
Maar als de antichrist daadwerkelijk in de gemeente “zetelt”, lijkt dat juist wél een overweldiging.
Inconsistent gebruik van “tempel”
In Johannes 2: tempel = lichaam van Christus (specifiek, uniek)
In brieven van Paulus: tempel = gemeente (afgeleid, collectief)
In 2 Thessalonicenzen 2: plots weer toepassen zonder onderscheid
Het probleem is dat verschillende betekenissen van “tempel” door elkaar worden gehaald alsof ze identiek zijn.
Conclusie:
Het argument dat de tempel uitsluitend geestelijk is (en dus een toekomstige fysieke tempel uitsluit), leidt tot tegenstrijdigheden wanneer men 2 Thessalonicenzen 2 serieus neemt.
Een consistentere lezing is dat:
Jezus in Johannes 2 spreekt over Zijn eigen lichaam (uniek gebruik),
Paulus soms de gemeente “tempel” noemt in geestelijke zin,
maar 2 Thessalonicenzen 2 verwijst naar een concrete, herkenbare “tempel van God” waarin iemand letterlijk plaatsneemt.
11